Regels voor gebruik klassenapparatuur op de Dr. J. de Graafschool


1.    De schoolaudioloog geeft aan welke slechthorende leerlingen baat hebben bij klassenapparatuur. Voor deze
       leerlingen is het gebruik van klassenapparatuur verplicht gedurende de eerste twee jaren na plaatsing op de
       Dr. J. de Graafschool.

2.    Er is een proefperiode van 3 maanden na aanschaf, waarin leerlingen verplicht zijn twee schoentjes te
       gebruiken. Na deze proefperiode   mogen ze na grondige evaluatie kiezen voor één schoentje. De evaluatie
       bestaat uit een gesprek tussen de leerling, logopedist en mentor. De logopedist neemt hierna een beslissing
       over het al dan niet dragen van één schoentje.

3.    De daarop volgende schooljaren is het gebruik van klassenapparatuur alleen verplicht bij alle klassikale
       instructiemomenten en tevens op verzoek van docenten.

4.    In de klassen VMBO 3 en 4 en Pro 5 en 6 is het gebruik van de klassenapparatuur op eigen        
       verantwoordelijkheid. 

5.    De verantwoordelijkheid van het ophalen en terugbrengen van het schoentje/de lus ligt bij de leerling.

6.    De leerling haalt de klassenapparatuur vóór aanvang van de les op.

7.    In het klassenboek van elke klas staat een overzicht van welke leerlingen klassenapparatuur gebruiken.

8.    Een leerling die weigert de klassenapparatuur te gebruiken, dient zich te melden bij de teamleider,
       waarna gesprekken en/of sancties volgen.

9.    Indien ouders schriftelijk bezwaar aantekenen tegen het gebruik van klassenapparatuur door hun kind,
       consulteert de logopedist de schoolaudioloog en/of audioloog van de leerling. Zijn advies na eventueel
       vervolgonderzoek is in dezen doorslaggevend.

10.  Wanneer een leerling geen eigen verantwoordelijkheid neemt voor het gebruik van de klassenapparatuur
       wordt dit, afhankelijk van het moment en de situatie, met de leerling besproken door de mentor en/of
       logopedist.

11.  Iedere maand komt in het kernteamoverleg het klassenapparatuur op de agenda. De logopedist van het
       kernteam inventariseert dan het gebruik en eventuele problemen en overlegt over oplossingen.

12.  Bij kwijt raken van onderdelen van de ontvanger zorgt de logopedist ervoor dat:
               °        de mentor ouders aanspreekt op vergoeding van nieuwe onderdelen
               °        de technisch medewerker vervangende onderdelen aanschaft

13.  Bij kapot gaan van de onderdelen van de ontvanger door schuld van de leerling zorgt de logopedist ervoor
       dat:
               °        de mentor ouders aanspreekt op vergoeding van nieuwe onderdelen (zie regel 12)
               °        de technisch medewerker vervangende onderdelen aanschaft

14.  Bij kapot gaan van de onderdelen van de ontvanger buiten de schuld van de leerling:
               °        vergoedt de school nieuwe onderdelen
               °        zorgt de logopedist ervoor dat de technisch medewerker vervangende onderdelen aanschaft

15.  Bij kwijt raken van onderdelen van de zender zorgt de logopedist ervoor dat:
               °        er een bericht wordt geplaatst in het infobulletin
               °        indien nodig de technisch medewerker een nieuw onderdeel bestelt.

16.  Bij kapot gaan van onderdelen van de zender zorgt de logopedist ervoor dat de technisch medewerker een
       nieuw onderdeel bestelt.

17. Gebruikers van de klassenapparatuur (zowel zender als ontvanger) dienen bij gebreken dit onmiddellijk te
       melden bij de technisch vakman.